De stand-bydienst zit er gelukkig weer op. Omdat rust een belangrijk onderdeel van de training is, ben ik daarin de afgelopen periode duidelijk tekortgeschoten.
Woensdag vroeg ik me na ongeveer vijf kilometer serieus af of ik niet beter de kortste weg naar huis kon nemen. Gelukkig besloot ik toch door te gaan. Uiteindelijk maakte ik mijn gebruikelijke woensdagavondrondje van veertien kilometer af. Deze keer liep ik alleen, vanwege de stand-bydienst.
Omdat er donderdag twee installaties gepland stonden, besloot ik die dag niet te trainen. Vrijdag verruilde ik mijn looptraining voor een fietstocht naar mijn moeder en terug, zodat ik meteen boodschappen voor haar kon halen.
De extra rust had me duidelijk goed gedaan. Ook het gevoel van vrijheid na afloop van de wachtdienst hielp mee, want ik had weer zin in een lange duurloop. Maaike had vrijdag al aangegeven dat ik zaterdag gerust mijn lange training kon doen. Daarom stelde we onze oorspronkelijke plannen — twee dagen wandelen — enigszins bij. Tijd voor een nieuwe poging om verder te komen dan vorige week.
De temperatuur was aangenaam. Nadat ik mijn auto bij de Skidôme aan de laadpaal had gehangen — mijn eigen laadpaal werkt helaas nog steeds niet — zette ik mijn Garmin aan en vertrok ik.
De eerste kilometers gingen vrij langzaam, want ik was vastbesloten mijn krachten goed te verdelen. Na acht kilometer kwam ik Jan tegen. Hij was een stuk vroeger vertrokken en had zijn training er al bijna op zitten. Altijd leuk om te zien dat we op onze leeftijd samen nog steeds flink wat kilometers kunnen maken…
Ik liep rustig verder richting Zundert, waar het inmiddels behoorlijk druk bleek te zijn. Ik ben niet meer gewend om daar wat later in de ochtend doorheen te lopen, dus moest ik regelmatig slalommen om voetgangers, fietsers en auto’s te ontwijken.
Het begon al aardig warm te worden, al kwam dat natuurlijk ook doordat ik vrij laat was vertrokken. Ik vroeg me af of ik wel voldoende water bij me had en besloot in Rijsbergen goed op te letten of ik ergens een watertappunt kon vinden.
Gelukkig vond ik er een. In eerste instantie leek het tappunt buiten gebruik, omdat de knop ontbrak. Door op het kleine schroefje eronder te drukken, stroomde er toch water uit. Ik dronk mijn flesje snel leeg, vulde het opnieuw en vervolgde mijn weg.
Na Rijsbergen begon mijn rug wat op te spelen. Gelukkig hield dat maar een paar kilometer aan en daarna ging het weer een stuk beter. Bij de rotonde tussen Etten-Leur en Rijsbergen besloot ik richting Hoeven te lopen. Naarmate de kilometers verstreken, groeide de hoop dat ik deze keer weer eens een volledige marathonafstand zou kunnen lopen.
In Hoeven vulde ik mijn flesjes nogmaals bij en dronk ik flink wat water. Daarna perste ik de laatste tien kilometer eruit. Ondanks het nodige gepiep en gekraak maakte ik de 42,2 kilometer vol in ongeveer 4 uur en 7 minuten.

Daar ben ik ontzettend blij mee. Het is tenslotte nodig om minimaal een paar van zulke trainingen af te werken voordat je überhaupt serieus aan een ultra kunt denken. De geplande 80 kilometer van de Ecotrail is bovendien behoorlijk zwaar — zeker voor Nederlandse begrippen — door de hoogteverschillen en het losse zand.
Deze training geeft me daarom weer wat meer vertrouwen. Hopelijk blijft dat gevoel de komende tijd overeind.
Zaterdagmiddag fietste ik met Maaike naar mijn schoonmoeder. Zondag stond er een wandeling van 25 kilometer in Kasterlee op het programma. De route liep over veel stukken van de Hel van Kasterlee, waar ik tijdens die loodzware duatlon in het verleden een aantal keren gruwelijk heb afgezien. Vooral tijdens mijn eerste deelname, op een tweedehands mountainbike van 150 Euro en met nauwelijks mountainbike-ervaring.

Hele mooie herinneringen aan, en ik vroeg me meerdere keren af, of ik nu nog zou kunnen finishen. Misschien een mooi doel voor eind 2027, want het blijft een hele mooie uitdaging. Nu konden we er gelukkig rustig wandelen. Dan zie je natuurlijk veel meer van de omgeving dan tijdens een wedstrijd. Het is werkelijk een prachtige streek!
Het geplande weektotaal van 130 kilometer heb ik duidelijk niet gehaald. Aan echte hardloopkilometers kwam ik nog niet eens aan de 80 kilometer. Daar stonden gelukkig wel de nodige wandel- en fietskilometers tegenover. Al met al ben ik dus zeker niet ontevreden.

De kalender is in ieder geval niet meer leeg, en ik heb al weer veel zin in komende doelen:
5 september 2026 — Eco Trail Brussel – 80KM
4 oktober 2026 — 6 uur Amsterdamse Bos
24 oktober 2026 — NK 6 uur Haarlemmermeer
Inmiddels voor alle 3 ingeschreven, dus hopelijk wordt het tweede deel van 2026 eindelijk weer een periode met wat finishes. Afstanden zijn niet zo heel erg groot, dus moet kunnen….
En dan nog een mooi doel voor in de winter zien te vinden…



























