De derde trainingsweek zit er alweer op.
126,8 kilometer in 12 uur en 18 minuten. Als ik het zo opschrijf zijn het toch flink wat uren buiten.
Alle trainingen deze week exact volgens schema afgewerkt. Gewoon gedaan wat er stond, niet meer, niet minder.
Maandag begon met een paar snelle intervallen van 2 en 1 kilometer.
Even het lichaam wakker schudden, en het voelde goed om weer wat snelheid in de benen te hebben.
Dinsdag stond in het teken van herstel, al had ik nog wat last van de wreef van mijn voet.
Waarschijnlijk mijn eigen schuld; mijn veters iets te strak getrokken. Soms zit de fout in iets kleins.
Woensdag 20 kilometer.
Iets voor 17:55 uur vertrokken zodat ik rond half zeven ongeveer 6 kilometer rustig had afgewerkt voordat Jan aansloot voor de resterende 14 kilometer.
Het tempo ging omhoog, maar het voelde goed.
Donderdag opnieuw 20 kilometer, dit keer vrijwel volledig onverhard door de Rucphense bossen.
Zaterdag stond de lange duurloop op het programma: ergens tussen de 24 en 50 kilometer.
De standby-week was begonnen, dus eerst nog wat werk afronden voor een klant.
In overleg kon ik de oorspronkelijke planning gelukkig aanpassen en rond half tien vertrekken.
De eerste kilometers voelden zwaar.
De combinatie van de trainingsbelasting van de afgelopen week en de standby-stress zat duidelijk nog in mijn lijf.
Maar zodra ik het bos in liep, viel er iets van me af. Alsof het lichaam even moest wennen, maar daarna zijn ritme weer vond.
Het blijft spannend om tijdens een wachtweek te lopen.
Binnen twintig minuten online moeten kunnen zijn betekent dat ik niet te ver van huis kan.
Maximaal 5 kilometer, al weet ik eigenlijk dat 4 kilometer realistischer is. En zelfs dan moet ik flink doorlopen als er iets gebeurt.
Ik koos ervoor om de gele route drie keer te lopen.
Dat blijft een kleine gok, want op het verste punt is de kortste weg terug toch net wat langer.
Maar soms moet je vertrouwen hebben. Gelukkig bleef het rustig.
Een belangrijk doel van deze training was de voeding testen.
Rond de 30 kilometer begon mijn hartslag langzaam op te lopen bij hetzelfde tempo.
Dat voelde niet als vermoeidheid in de benen, maar eerder als iets wat van binnenuit kwam.
Te weinig koolhydraten? Te weinig drinken? Waarschijnlijk allebei.
Mijn flesjes vulde ik pas bij 40 kilometer bij.
Ongeveer één liter op 40 kilometer is voor mij gewoon te weinig. Dat weet ik nu zeker.
Ook één Maurten 160 gel per uur voelt aan de krappe kant.
Voor Texel moet dat anders. Ieder half uur iets nemen. Meer drinken. Daar ligt nog winst.
Afgezien daarvan liep het eigenlijk gewoon lekker.
Koud weer, stevige wind, en halverwege brak de zon steeds vaker door.
Dat soort momenten maakten ook deze lange duurloop weer leuk.
Rond kilometer 48 kwam er nog een gedachte voorbij: op Texel moet ik dan nog zo’n 70 kilometer verder… en dan heb ik nog niet eens één ronde compleet.

De training van afgelopen week, en planning voor volgende week: W4 – 100 km | Relatieve herstelweek

Helaas staan er ook dat weekend nogal wat werkzaamheden op de planning.
Ik hoop dat ik zaterdag ergens tijd kan vinden om de geplande 35KM te lopen..
Het plan in Texel: Gecontroleerd lopen op Hartslag

Blauw = tempo
Grijs = hartslag
De grafiek van de afgelopen zaterdag (50K) en dan zie ik
- tempo start iets rustiger
- HR klimt geleidelijk omhoog
- Geen abrupte sprong naar 145 in de eerste minuten
- Mooie geleidelijke opbouw
Ik kom vrij snel in een “steady-zone” terecht — rond 142–145 bpm — en blijf daar hangen. Dat is denk ik perfect voor 50 km, maar voor mij te hoog voor 120 km.
Het plan wordt dus:
🔻 5–8 bpm lager in het eerste uur
🔻 ±10–15 sec/km langzamer in de eerste 60 km
Dus concreet niet boven de 6M10/KM en niet boven de 140BPM hartslag.
Qua voeding: Ieder half uur een gel 100, en ieder heel uur een gel 160, en de tweede ronde af en toe cola en nog even checken wat nog meer te krijgen is.






































