De verkoudheid is gelukkig weer achter de rug, al voel ik me nog niet helemaal fit.
Misschien komt het door vermoeidheid van het voor mij toch vrij zware schema. Ook het krachtverlies in mijn linkerbeen werkt niet echt mee.
Ik heb nog even getwijfeld of ik een afspraak met de fysio zou maken, maar daar zit ook het risico aan dat het meer kwaad dan goed doet. Daarom laat ik dat voorlopig maar even zo. Eén oefening – de brug – laat ik tegenwoordig achterwege, omdat ik het gevoel heb dat die juist averechts werkt.

Na twee rustdagen vanwege de verkoudheid begon de training op maandagavond gelukkig weer goed. Even op gang komen, en daarna werden de kilometersplits vanzelf steeds wat sneller. Het voelde weer goed en ik kreeg er weer zin in.
De rest van de week ging ook lekker. In het weekend moest ik de planning wel iets aanpassen, omdat Maaike en ik zaterdag wilden gaan wandelen in de buurt van Hamme.
Het oorspronkelijke plan was om na het wandelen nog 16 kilometer te gaan hardlopen, maar na ruim 24 kilometer wandelen – vrijwel volledig onverhard – vond ik het wel mooi geweest.
Dus zondag op pad voor de laatste echte lange duurloop. Hoewel er minimaal 45 kilometer op mijn schema stond, had ik me al voorgenomen om voor de marathonafstand te gaan. Op dit moment vond ik het belangrijker om weer wat vertrouwen terug te krijgen en vooral heel te blijven.
Daarom besloot ik het vertrouwde rondje Zundert – Rijsbergen – Hoeven te doen, zodat ik op een zo vlak mogelijk tempo de kilometers kon afwerken.
Maaike hoefde pas rond half acht te starten, dus na het ontbijt vertrok ik zelf ook rond die tijd. Richting Zundert dus, met mijn dikke wanten aan, want volgens Buienradar was het -1 graden. Gelukkig stond er weinig wind en voelde het eigenlijk helemaal niet zo koud aan. Al snel kwamen ook de eerste zonnestralen door.
Zoals de laatste tijd wel vaker het geval is, moest ik in de eerste uren een paar plaspauzes inlassen. Daarna liep het gemiddelde tempo langzaam wat op. Niet te snel, want ik wilde proberen een bruto gemiddelde van rond de 5:50 min/km aan te houden – ongeveer het tempo dat ik ook op Texel wil lopen.
Ik had gekozen voor de Hoka’s met de meeste demping (Hoka Arahi 8), die ik vrij recent heb aangeschaft maar die wel wat log aanvoelen. Omdat ik het trainingsvolume de laatste maanden flink heb opgevoerd en mijn rugklachten evenredig zijn toegenomen, zou daar best eens een verband kunnen zitten. Door de extra demping hoop ik de schokken in mijn rug wat te beperken. De consequenties – iets minder snelheid – neem ik dan maar voor lief.
En dat beviel eigenlijk heel goed. Geen zere voeten, geen vermoeide benen en ook niet veel last van mijn rug.
De laatste kilometers voelden wel behoorlijk zwaar aan. Het besef dat ik tijdens de race nog twee keer deze afstand moet afleggen, onder zwaardere omstandigheden, maakte me toch weer wat onzeker. Maar eigenlijk is het natuurlijk niet zo vreemd om vermoeid te zijn na een marathonafstand.

110KM in totaal deze week, dus een beetje minder dan gepland. De eerste week van het afbouwen gaat nu beginnen, dus het zware werk zit er weer op. Op wat rugklachten na ben ik gelukkig nog steeds blessurevrij.

Jan is deze keer trouwens direct ingeloot voor de Spartathlon. Geweldig!
Hopelijk lukt het mij dit jaar ook nog een keer om aan de kwalificatie-eisen voor de loting te voldoen, want het blijft een droom om daar ooit aan de start te mogen staan