Je kunt alles nog zo goed voorbereiden, maar een ultra laat zich niet plannen.
Zaterdag begon alles eigenlijk precies zoals ik het gehoopt had.
Na een best wel goede nachtrust zet ik mijn spulletjes in de auto. Deze keer écht overal aan gedacht: de meeste zaken zelfs dubbel of driedubbel, overzichtelijk georganiseerd in een plastic bak. Ook de koelbox zit vol met van alles en nog wat. Om de ergste kou eruit te halen gooi ik er een paar handwarmers bij, en de zelfgemengde flesjes sportdrank vul ik met warm water.
De voorspelde gladheid blijft uit onderweg, dus we zijn ruim op tijd in Amersfoort. Omdat het de tweede keer is, kennen we de weg en kunnen we alles in alle rust klaarzetten. Nog even bijpraten met bekenden en rond kwart over acht naar buiten om gezamenlijk richting de start te wandelen.
De groep is volgens mij groter dan de vorige keer en het is leuk om weer bekende gezichten te zien. Jan en ik wensen elkaar succes en om half negen mogen we vertrekken.
De eerste rondes loop ik samen met Cees en Robert, in een tempo dat schommelt tussen de 5:45 en 5:50 per kilometer. Leuke verhalen, en de kilometers vliegen voorbij. Dat voelt comfortabel en gecontroleerd. Wanneer zij een korte stop maken, probeer ik mijn ritme vast te houden en loop ik alleen verder. Even later volgt een eerste plaspauze, en die herhaalt zich ongeveer elke drie à vier rondes. Opvallend vaak, zeker omdat ik per drie rondes maar zo’n 33 cl drink.
Af en toe maak ik een praatje en rond de 25 kilometer komt Jan me al een keer voorbij; hij ligt dan al een ronde voor. “Gaat niet lekker,” geeft hij nog mee, en al snel verdwijnt hij weer uit beeld. Mijn gemiddelde tempo blijft rond de 5:50 hangen. Eigenlijk loop ik nog iets te snel, maar om wat marge te houden blijf ik dit tempo aanhouden.
Eten en drinken gaan prima, maar problemen ontstaan bij mij meestal pas later in de wedstrijd. De kou kan natuurlijk ook een rol spelen, wat bij meerdere lopers uiteindelijk tot een DNF leidt. Bij het scorebord kun je zien hoeveel rondes je al hebt gelopen en hoeveel er nog openstaan — tegelijk motiverend en confronterend. Het is maar net hoe je het bekijkt…
Na 30 kilometer zijn de gemakkelijke kilometers voorbij en begint de wedstrijd langzaam echt. Ik merk dat ik veel te vaak op mijn horloge kijk. De kilometers kruipen voorbij en al vroeg realiseer ik me dat dit een héél lange dag gaat worden. Fysiek voel ik me nog redelijk goed: wat pijntjes hier en daar, maar dat hoort bij deze afstand. Toch sluipt er twijfel in. Gaat dit wel goed komen?
Het plan was om een snelle 100 kilometer te lopen en daarna te proberen de 120 kilometer binnen 13 uur te doen, als vertrouwenstest voor de 120 van Texel. De resterende 41 kilometer zouden dan “gewoon” uitlopen zijn.
Hoewel ik keurig op schema lig, voelt het steeds duidelijker dat het niet gaat lukken. De fut loopt langzaam weg en bij 39 kilometer zie ik Jan zitten. Voor hem is het helder: door problemen is doorgaan geen optie meer. Een DNF.
Voor mij ligt dat anders. Ik kan nog door, maar tegelijk weet ik ook dat de kans op een succesvolle race vrijwel nul is. We spreken af dat ik nog één rondje doorloop om er een marathon van te maken, zodat ik even de tijd heb om alles op een rijtje te zetten.
Tijdens dat rondje wordt het besluit eigenlijk vanzelf duidelijk. Dit zou geen doorbijten meer zijn richting een finish, maar leeg lopen richting een onvermijdelijk falen. En soms is stoppen geen opgeven, maar kiezen.
Ik kies voor de makkelijkste weg. Een DNF.
Dat voelt nooit goed, maar in het grotere geheel is dit geen verkeerde beslissing. De 120 van Texel is mijn A-wedstrijd en nu kan ik in ieder geval blijven doortrainen. Geen kwalificatie voor de Spartathlon dit jaar is een nadeel, maar eerlijk is eerlijk: een finish daar is slechts voor een kleine groep weggelegd. Zelfs bij een nieuwe loting zou de kans op teleurstelling groot zijn.
Kortom: niet te lang blijven hangen en weer vooruitkijken.
Een ultra is 20% fysiek en 80% mentaal. Fysiek zat het deze keer best goed, maar mentaal speelde er al een paar weken twijfel. Ook qua motivatie. Je moet het écht heel graag willen en er maandenlang volledig mee bezig zijn. Dat gevoel had ik bij de Ultrabalaton wel — en nu niet.

Dus vanaf vandaag beginnen de voorbereidingen voor de 120 van Texel. Met een helder doel en alles op alles om daar wél te kunnen finishen.


Foto’s van Texel 2024



