Weer wat aangenamere temperaturen


Na een erg hete week is het ondertussen gelukkig weer een stuk aangenamer om te lopen.

Maandag begon ik de week met een duurloop van 16 kilometer. Dinsdag liep de planning anders, omdat we even bij Randy op visite gingen, om de kinderkamer te bewonderen. Dat werd een wandeling van 6KM.

Woensdag werkte ik tijdens de eclips samen met Jan “ons” rondje af. Net als de vorige keer was het opnieuw flink heet. Ik was dan ook blij toen het erop zat, maar vooral ook tevreden dat we het in deze toch wel extreme omstandigheden weer gedaan hadden.

Voor donderdag stond opnieuw 16 kilometer op het programma. De voorspelde 37 graden voelden echter eerder als 40 toen ik om 16.00 uur, op het heetst van de dag, vertrok. Ik probeerde zo snel mogelijk de bossen te bereiken, maar ook daar bood de schaduw maar weinig verkoeling. Het losse zand maakte de training bovendien extra zwaar.

Ik besloot de afstand daarom wat in te korten. Een verstandige keuze, zeker omdat er die avond ook nog een fietsrit met Maaike, Michel en Els op het programma stond. Vrijdag koos ik opnieuw voor de fiets in plaats van de hardloopschoenen.

Zaterdag ging ik weer op pad, met hopelijk een marathon in het vooruitzicht. Deze keer vertrok ik op tijd en had ik er echt zin in. Ik begon rustig en wilde hetzelfde rondje lopen als de week ervoor, zodat ik onderweg kon beoordelen of het beter of slechter ging.

Ik liep deze keer op andere schoenen. Achteraf bleek dat ik de veters van mijn linkerschoen wat strakker had moeten aantrekken, want onderweg begon die voet behoorlijk pijn te doen.

In Zundert kwam ik Jan tegen, die voorstelde om samen verder te lopen. Voor hem betekende dat dezelfde weg terug; voor mij was het gezelschap vanaf Zundert tot aan de rotonde tussen E.L. en Rijsbergen. Erg gezellig, en zo zijn twaalf kilometer ineens voorbij. Bij het viaduct sloeg Jan af richting Sprundel en moest ik alleen nog ongeveer negentien kilometer verder.

Het lopen voelde beter dan de week ervoor. Dat kan natuurlijk ook aan het weer hebben gelegen, want de temperatuur was een stuk aangenamer. In Hoeven vulde ik mijn flesjes opnieuw, nam ik mijn laatste gel en begon ik aan de resterende kilometers.

De laatste tien kilometer liep ik een stuk sneller dan de eerste. Dat geeft aan het einde van zo’n lange training altijd een goed gevoel. Daarmee zat marathon nummer twee in acht dagen erop. Deze tweede voelde duidelijk beter, al kan ook het rustigere tempo daarbij een rol hebben gespeeld: uiteindelijk was ik een paar minuten langzamer.

Zondag voelde alles aanvankelijk behoorlijk stram. Gelukkig verdween dat gevoel na ongeveer een kilometer en verliep de rest van mijn herstelloop weer prima.

Het weektotaal kwam net niet boven de 100 kilometer uit, maar met alle wandel- en fietskilometers erbij was het opnieuw een behoorlijk actieve week.

Kasterlee

De stand-bydienst zit er gelukkig weer op. Omdat rust een belangrijk onderdeel van de training is, ben ik daarin de afgelopen periode duidelijk tekortgeschoten.

Woensdag vroeg ik me na ongeveer vijf kilometer serieus af of ik niet beter de kortste weg naar huis kon nemen. Gelukkig besloot ik toch door te gaan. Uiteindelijk maakte ik mijn gebruikelijke woensdagavondrondje van veertien kilometer af. Deze keer liep ik alleen, vanwege de stand-bydienst.

Omdat er donderdag twee installaties gepland stonden, besloot ik die dag niet te trainen. Vrijdag verruilde ik mijn looptraining voor een fietstocht naar mijn moeder en terug, zodat ik meteen boodschappen voor haar kon halen.

De extra rust had me duidelijk goed gedaan. Ook het gevoel van vrijheid na afloop van de wachtdienst hielp mee, want ik had weer zin in een lange duurloop. Maaike had vrijdag al aangegeven dat ik zaterdag gerust mijn lange training kon doen. Daarom stelde we onze oorspronkelijke plannen — twee dagen wandelen — enigszins bij. Tijd voor een nieuwe poging om verder te komen dan vorige week.

De temperatuur was aangenaam. Nadat ik mijn auto bij de Skidôme aan de laadpaal had gehangen — mijn eigen laadpaal werkt helaas nog steeds niet — zette ik mijn Garmin aan en vertrok ik.

De eerste kilometers gingen vrij langzaam, want ik was vastbesloten mijn krachten goed te verdelen. Na acht kilometer kwam ik Jan tegen. Hij was een stuk vroeger vertrokken en had zijn training er al bijna op zitten. Altijd leuk om te zien dat we op onze leeftijd samen nog steeds flink wat kilometers kunnen maken…

Ik liep rustig verder richting Zundert, waar het inmiddels behoorlijk druk bleek te zijn. Ik ben niet meer gewend om daar wat later in de ochtend doorheen te lopen, dus moest ik regelmatig slalommen om voetgangers, fietsers en auto’s te ontwijken.

Het begon al aardig warm te worden, al kwam dat natuurlijk ook doordat ik vrij laat was vertrokken. Ik vroeg me af of ik wel voldoende water bij me had en besloot in Rijsbergen goed op te letten of ik ergens een watertappunt kon vinden.

Gelukkig vond ik er een. In eerste instantie leek het tappunt buiten gebruik, omdat de knop ontbrak. Door op het kleine schroefje eronder te drukken, stroomde er toch water uit. Ik dronk mijn flesje snel leeg, vulde het opnieuw en vervolgde mijn weg.

Na Rijsbergen begon mijn rug wat op te spelen. Gelukkig hield dat maar een paar kilometer aan en daarna ging het weer een stuk beter. Bij de rotonde tussen Etten-Leur en Rijsbergen besloot ik richting Hoeven te lopen. Naarmate de kilometers verstreken, groeide de hoop dat ik deze keer weer eens een volledige marathonafstand zou kunnen lopen.

In Hoeven vulde ik mijn flesjes nogmaals bij en dronk ik flink wat water. Daarna perste ik de laatste tien kilometer eruit. Ondanks het nodige gepiep en gekraak maakte ik de 42,2 kilometer vol in ongeveer 4 uur en 7 minuten.

Daar ben ik ontzettend blij mee. Het is tenslotte nodig om minimaal een paar van zulke trainingen af te werken voordat je überhaupt serieus aan een ultra kunt denken. De geplande 80 kilometer van de Ecotrail is bovendien behoorlijk zwaar — zeker voor Nederlandse begrippen — door de hoogteverschillen en het losse zand.

Deze training geeft me daarom weer wat meer vertrouwen. Hopelijk blijft dat gevoel de komende tijd overeind.

Zaterdagmiddag fietste ik met Maaike naar mijn schoonmoeder. Zondag stond er een wandeling van 25 kilometer in Kasterlee op het programma. De route liep over veel stukken van de Hel van Kasterlee, waar ik tijdens die loodzware duatlon in het verleden een aantal keren gruwelijk heb afgezien. Vooral tijdens mijn eerste deelname, op een tweedehands mountainbike van 150 Euro en met nauwelijks mountainbike-ervaring.

Hele mooie herinneringen aan, en ik vroeg me meerdere keren af, of ik nu nog zou kunnen finishen. Misschien een mooi doel voor eind 2027, want het blijft een hele mooie uitdaging. Nu konden we er gelukkig rustig wandelen. Dan zie je natuurlijk veel meer van de omgeving dan tijdens een wedstrijd. Het is werkelijk een prachtige streek!

Het geplande weektotaal van 130 kilometer heb ik duidelijk niet gehaald. Aan echte hardloopkilometers kwam ik nog niet eens aan de 80 kilometer. Daar stonden gelukkig wel de nodige wandel- en fietskilometers tegenover. Al met al ben ik dus zeker niet ontevreden.

De kalender is in ieder geval niet meer leeg, en ik heb al weer veel zin in komende doelen:
5 september 2026 — Eco Trail Brussel – 80KM
4 oktober 2026 — 6 uur Amsterdamse Bos
24 oktober 2026 — NK 6 uur Haarlemmermeer

Inmiddels voor alle 3 ingeschreven, dus hopelijk wordt het tweede deel van 2026 eindelijk weer een periode met wat finishes. Afstanden zijn niet zo heel erg groot, dus moet kunnen….

En dan nog een mooi doel voor in de winter zien te vinden…

Stand-by dienst

Afgelopen week was het opnieuw behoorlijk warm. Maandag en dinsdag ging het nog wel, maar woensdag werd het echt extreem.

Jan en ik hadden afgesproken om vanwege de weersverwachting op tijd te gaan lopen. Om 18.00 uur ging ik de deur uit. Ik was nog maar net de straat uit toen ik Jan al tegenkwam; hij was duidelijk ook mooi op tijd vertrokken.

Tussen de huizen was het flink warm. Zoals voorspeld was het ongeveer 36 graden en doordat er nauwelijks wind stond, voelde het waarschijnlijk nog een paar graden warmer aan. We besloten het rustig aan te doen, maar ondanks dat goede voornemen liep mijn hartslag al snel behoorlijk op.

Vooral het laatste stuk voelde erg zwaar en ik was dan ook blij toen het erop zat. Achteraf gaf het toch een goed gevoel dat we onder deze extreme omstandigheden weer een training hadden afgewerkt. Jan moest daarna nog een stuk verder en had vooraf ook al de nodige kilometers gelopen. Een goede training voor de Spartathlon — vrijwillig afzien hoort tenslotte bij de voorbereiding.

Donderdag hield ik rust. Ik was naar Brussel geweest en had daarna niet veel fut meer. Bovendien moest ik mijn nieuwe pc verder installeren, zodat ik vrijdag hopelijk zonder al te veel problemen kon werken.

Vrijdag liep ik nog wel een rondje voordat mijn stand-bydienst begon.

Zaterdagochtend vertrok ik rond half acht, nadat ik eerst had gecontroleerd of er dringende incidenten openstonden. Het plan was om niet te ver uit de buurt te gaan en onderweg op tijd mijn flesjes bij te vullen.

Bij het watertappunt in Sprundel besloot ik alvast te stoppen, ook al was mijn flesje nog niet leeg. Daarna liep ik, met wat geslinger door de wijken van Sint Willebrord, richting Rucphen. De temperatuur was aangenaam en ik liep pijnvrij. Daardoor begon ik voorzichtig te denken dat er deze keer weer eens een serieuze lange duurloop in zou zitten.

Af en toe liep ik misschien wat verder van huis dan verstandig was, maar uiteindelijk ben ik nooit meer dan vijf kilometer van huis geweest. Dat bleek maar goed ook, want rond de twintig kilometer ging mijn telefoon.

Een collega kreeg Oracle-errors en het klonk behoorlijk ernstig. Ik besloot daarom zo snel mogelijk naar huis te lopen. Gelukkig was het minder dan drie kilometer en zat ik ongeveer een kwartier later achter mijn pc.

Daar bleek zo ongeveer het slechtste scenario voor een database aan de hand te zijn: een crash door een corrupt bestand dat niet kon worden hersteld. Gelukkig kon ik een failover naar de standby uitvoeren en na een re-instantiate weer terugschakelen. Aan iedere actie ging een grondige analyse vooraf, want dataverlies wilden we uiteraard voorkomen.

Toen alles weer werkte, moest er ook nog een RCA — een analyse van de oorzaak — worden gestart. Het gevolg was dat ik vrijwel de rest van de zaterdag in mijn blote bast achter de pc zat. Een heel andere vorm van een lange duurinspanning. Ik was dan ook erg blij dat ik aan het einde van de middag eindelijk kon douchen…

Zondag deed ik een nieuwe poging. Na een slechte nachtrust en door de vrij hoge temperatuur moest ik ook deze poging om meer dan veertig kilometer te lopen vroegtijdig afbreken.

Het voelde vanaf het begin niet goed. Ik was al heel vroeg aan het aftellen, terwijl de kilometers tergend langzaam voorbij kropen. In je eentje rondjes lopen op de wielerbaan is prima mentale training, maar als je er al flink doorheen zit, werkt het niet bepaald motiverend.

Bij 27 kilometer besloot ik richting het watertappunt in Rucphen te lopen. Na een paar flinke slokken water en een gelletje besloot ik toch nog even door te gaan. Maar mijn benen bleven loodzwaar, ik was voortdurend bang dat mijn telefoon opnieuw zou gaan en mijn energie was volledig op.

Het was duidelijk mijn dag niet, dus besloot ik terug naar huis te lopen.

Alles bij elkaar begon de week goed, maar gooide vooral mijn stand-bydienst roet in het eten. Toch ben ik blij met de mooie training die we woensdag in de hitte hebben afgewerkt. Bovendien kwam ik uiteindelijk alsnog boven de honderd kilometer uit deze week.

Hopelijk gaat het volgende week beter, al loopt mijn wachtdienst nog tot vrijdag. De geplande volumes uit mijn schema ga ik dus waarschijnlijk niet halen. Mijn lange duurloop zal ik vermoedelijk vrijdagavond moeten doen, omdat Maaike in het weekend andere plannen heeft…