De val tijdens mijn vakantie blijkt toch harder aangekomen te zijn dan ik aanvankelijk dacht.
Begin vorige week was het vooral mijn schouder die opspeelde, maar vanaf woensdag begon ook mijn rechterheup steeds meer problemen te geven.
Voor zaterdag stond een rustige duurloop van 21 kilometer op het programma. Daarna wilde ik nog een paar korte trainingen doen in de loop van de week. Daarom ging ik lekker op tijd de deur uit, zodat de temperatuur nog enigszins aangenaam was om te lopen.
De eerste kilometers gingen eigenlijk prima. Al snel vond ik een prettig ritme en onderweg begon ik mijn route verder uit te stippelen. Het plan was om via Hoeven, Oudenbosch, Bosschenhoofd en Rucphen te lopen. Een mooi rondje van precies 21 kilometer.
Tot aan Hoeven leek dat een uitstekend idee.
Daar begonnen echter de problemen. De rugpijn die normaal gesproken pas ergens rond de marathonafstand de kop opsteekt, liet zich nu al voelen. Tegelijkertijd kreeg ik last van een scherpe pijn in mijn rechterheup.
Ik besloot mijn plannen bij te stellen en eerder richting Rucphen te lopen, zodat ik onderweg altijd nog kon besluiten om de training in te korten. Helaas werd het niet beter. Integendeel. Na 17 kilometer heb ik de verstandige keuze gemaakt om ermee te stoppen.
Zaterdag had ik nog een beetje hoop dat het met wat rust zou herstellen. Maar zondag kon ik amper rechtop staan door de pijn in mijn rug en heup. Daarmee was ook alle twijfel verdwenen.
De geplande 6-uurswedstrijd van komende zaterdag gaat niet door.
Hoe teleurstellend dat ook is, in de huidige toestand moet ik eerst gas terugnemen, herstellen en daarna nieuwe doelen stellen. Het heeft geen zin om een wedstrijd te starten als mijn lichaam nu al zo duidelijk aangeeft dat het rust nodig heeft.
Dat maakt het extra zuur, omdat ik stiekem hoopte dat er dit keer misschien wel een podiumplaats in zat. Misschien zelfs samen met Jan, in de categorie heren 60+.
Dat zal voorlopig moeten wachten.
