DNF in Amersfoort

Je kunt alles nog zo goed voorbereiden, maar een ultra laat zich niet plannen.

Zaterdag begon alles eigenlijk precies zoals ik het gehoopt had.
Na een best wel goede nachtrust zet ik mijn spulletjes in de auto. Deze keer écht overal aan gedacht: de meeste zaken zelfs dubbel of driedubbel, overzichtelijk georganiseerd in een plastic bak. Ook de koelbox zit vol met van alles en nog wat. Om de ergste kou eruit te halen gooi ik er een paar handwarmers bij, en de zelfgemengde flesjes sportdrank vul ik met warm water.

De voorspelde gladheid blijft uit onderweg, dus we zijn ruim op tijd in Amersfoort. Omdat het de tweede keer is, kennen we de weg en kunnen we alles in alle rust klaarzetten. Nog even bijpraten met bekenden en rond kwart over acht naar buiten om gezamenlijk richting de start te wandelen.

De groep is volgens mij groter dan de vorige keer en het is leuk om weer bekende gezichten te zien. Jan en ik wensen elkaar succes en om half negen mogen we vertrekken.

De eerste rondes loop ik samen met Cees en Robert, in een tempo dat schommelt tussen de 5:45 en 5:50 per kilometer. Leuke verhalen, en de kilometers vliegen voorbij. Dat voelt comfortabel en gecontroleerd. Wanneer zij een korte stop maken, probeer ik mijn ritme vast te houden en loop ik alleen verder. Even later volgt een eerste plaspauze, en die herhaalt zich ongeveer elke drie à vier rondes. Opvallend vaak, zeker omdat ik per drie rondes maar zo’n 33 cl drink.

Af en toe maak ik een praatje en rond de 25 kilometer komt Jan me al een keer voorbij; hij ligt dan al een ronde voor. “Gaat niet lekker,” geeft hij nog mee, en al snel verdwijnt hij weer uit beeld. Mijn gemiddelde tempo blijft rond de 5:50 hangen. Eigenlijk loop ik nog iets te snel, maar om wat marge te houden blijf ik dit tempo aanhouden.

Eten en drinken gaan prima, maar problemen ontstaan bij mij meestal pas later in de wedstrijd. De kou kan natuurlijk ook een rol spelen, wat bij meerdere lopers uiteindelijk tot een DNF leidt. Bij het scorebord kun je zien hoeveel rondes je al hebt gelopen en hoeveel er nog openstaan — tegelijk motiverend en confronterend. Het is maar net hoe je het bekijkt…

Na 30 kilometer zijn de gemakkelijke kilometers voorbij en begint de wedstrijd langzaam echt. Ik merk dat ik veel te vaak op mijn horloge kijk. De kilometers kruipen voorbij en al vroeg realiseer ik me dat dit een héél lange dag gaat worden. Fysiek voel ik me nog redelijk goed: wat pijntjes hier en daar, maar dat hoort bij deze afstand. Toch sluipt er twijfel in. Gaat dit wel goed komen?

Het plan was om een snelle 100 kilometer te lopen en daarna te proberen de 120 kilometer binnen 13 uur te doen, als vertrouwenstest voor de 120 van Texel. De resterende 41 kilometer zouden dan “gewoon” uitlopen zijn.

Hoewel ik keurig op schema lig, voelt het steeds duidelijker dat het niet gaat lukken. De fut loopt langzaam weg en bij 39 kilometer zie ik Jan zitten. Voor hem is het helder: door problemen is doorgaan geen optie meer. Een DNF.

Voor mij ligt dat anders. Ik kan nog door, maar tegelijk weet ik ook dat de kans op een succesvolle race vrijwel nul is. We spreken af dat ik nog één rondje doorloop om er een marathon van te maken, zodat ik even de tijd heb om alles op een rijtje te zetten.

Tijdens dat rondje wordt het besluit eigenlijk vanzelf duidelijk. Dit zou geen doorbijten meer zijn richting een finish, maar leeg lopen richting een onvermijdelijk falen. En soms is stoppen geen opgeven, maar kiezen.

Ik kies voor de makkelijkste weg. Een DNF.

Dat voelt nooit goed, maar in het grotere geheel is dit geen verkeerde beslissing. De 120 van Texel is mijn A-wedstrijd en nu kan ik in ieder geval blijven doortrainen. Geen kwalificatie voor de Spartathlon dit jaar is een nadeel, maar eerlijk is eerlijk: een finish daar is slechts voor een kleine groep weggelegd. Zelfs bij een nieuwe loting zou de kans op teleurstelling groot zijn.

Kortom: niet te lang blijven hangen en weer vooruitkijken.

Een ultra is 20% fysiek en 80% mentaal. Fysiek zat het deze keer best goed, maar mentaal speelde er al een paar weken twijfel. Ook qua motivatie. Je moet het écht heel graag willen en er maandenlang volledig mee bezig zijn. Dat gevoel had ik bij de Ultrabalaton wel — en nu niet.

Dus vanaf vandaag beginnen de voorbereidingen voor de 120 van Texel. Met een helder doel en alles op alles om daar wél te kunnen finishen.

Foto’s van Texel 2024

Aftellen

Afgelopen week ben ik al flink teruggegaan in trainingsomvang en deze week blijft het beperkt tot enkele korte trainingen van maximaal 10 kilometer. Het doel is duidelijk: uitgerust aan de start verschijnen. Hoewel ik geen echte blessures heb, voel ik hier en daar wel wat pijntjes, dus extra rust kan geen kwaad.

De laatste lange duurloop van zaterdag heb ik bewust rustig aangepakt en beperkt tot maximaal twee uur. Het begon nogal stroef, waardoor de twijfel meteen toesloeg of starten überhaupt wel een goed idee is. Gelukkig werd het gaandeweg beter. Uiteraard hoort dit allemaal bij wedstrijdstress, want het is zeker niet de eerste keer dat vlak voor een wedstrijd de vorm ineens heel ver weg lijkt te zijn… Zeker niet wanneer het om 161 kilometer gaat, zo vroeg in het jaar.

Tijdens het laatste deel van de training gingen de gedachten alle kanten op. Het helpt echter enorm dat het belangrijkste doel het halen van de kwalificatie-eisen voor de Spartathlon is. Een directe kwalificatie zit er voor mij niet in — zelfs in topvorm zou ik daar niet eens in de buurt komen — maar een tijd onder de 21 uur moet haalbaar zijn als alles mee zit. Daarmee kan ik weer meedoen aan de loting voor een startbewijs.

Natuurlijk loopt het nooit precies zoals je wilt, en dat maakt het elke keer weer een flinke uitdaging. Het plan is om deze keer heel rustig te starten en zo lang mogelijk kilometersplits van rond de 6 minuten per kilometer aan te houden. Vrij simpel dus, en hopelijk lukt dat gedurende het grootste deel van de wedstrijd.

Daarnaast is de aandacht voor voeding en drinken — zeker met de voorspelde lage temperaturen — extra belangrijk. Daarom neem ik deze keer naast gels ook verschillende soorten drinken mee, evenals vaste voeding zoals wit brood, breakers, Snickers en chips. Uit ervaring weet ik dat iets wat vooraf heel lekker lijkt, tijdens de wedstrijd totaal verkeerd kan vallen. Of juist andersom: dat je veel te weinig bij je hebt van iets wat wél goed werkt. Dat laatste gebeurde me tijdens de 24 uur van Sittard, toen Radler 0.0 een wondermiddel bleek te zijn… en ik er slechts twee blikjes van bij me had.

Hopelijk blijft het droog, staat er niet te veel wind, is er weinig stress op het werk…
En — nog belangrijker — geen griep of andere virussen in de komende week.

Nu dus even in de rustmodus.

Loopband

Na een paar dagen spelen in de sneeuw ging de lol er afgelopen week snel af. Op veel plaatsen werd het namelijk verraderlijk glad. Dat was wel even anders dan tijdens de marathon van vorige week zaterdag, toen we nog door verse, krakende sneeuw liepen…

Op een enkel stukje fietspad na werd het vooral glibberen en glijden, en eerlijk gezegd had ik niet het lef om echt door te lopen. Tijd voor plan B: de trainingen af en toe op de loopband afwerken. Om het wat minder saai te maken ging de oortjes in en zette ik een luisterboek op, want zonder afleiding wordt een loopbandtraining wel héél lang.

Donderdagochtend was het alweer een stuk beter begaanbaar. Ik was die dag vrij vanwege Maaike haar verjaardag, dus ik kon buiten lopen op het fietspad tussen Rucphen en Zundert. Maar zodra ik voorbij de rotonde kwam, was het weer spiegelglad. Dan maar improviseren: stukjes van ongeveer 2 kilometer heen en weer.

Vrijdag kon ik weer een redelijk normaal rondje lopen. Zaterdag daarentegen waren de verwachtingen zo slecht dat ik niet eens de moeite nam om buiten een poging te doen. In plaats daarvan besloot ik te kijken of ik op de loopband 30 kilometer af kon werken.
Eerst maar eens op zoek naar een goed luisterboek. Streep op de weg van Dolf Jansen leek me wel toepasselijk.

De Apple-oortjes met noise reduction deden hun werk perfect: de bijgeluiden van de band werden volledig gedempt, waardoor het volume van het luisterboek niet eens zo hard hoefde. Terwijl de hoofdstukken voorbijgingen, kropen ook de kilometers langzaam weg. In het eerste uur moest ik nog een paar keer van de band af voor een plaspauze, maar na drie uur zat het erop. Weer 30 kilometer bijgeschreven op het weektotaal.

Gezien de omstandigheden was ik daar prima tevreden mee. Met nog minder dan twee weken tot de HoHo100 is een beetje afbouwen helemaal geen verkeerde timing.

Zondag werd er gewaarschuwd voor extreme kou en een erg lage gevoelstemperatuur, maar ik waagde het er toch op om een rondje te doen. Op de Rucphenseweg zag ik in de verte een loper aankomen — dat bleek Jan te zijn. Hij liep een stuk mee, en dan gaan de kilometers ineens een stuk sneller voorbij dan op de loopband.

De komende weken rustig aan doen, en dan hopelijk fit genoeg aan de start staan om de HoHo100 te finishen. En uiteraard hoop ik die dag op wat gunstigere weersomstandigheden!

Sneeuwpret

…en we zijn alweer bijna een week onderweg in het nieuwe jaar.

Het jaar begon fris, en sinds vrijdag ligt er ook een mooi pak sneeuw. Dat mocht de pret niet drukken, want Jan en ik hadden besloten om zaterdag samen op pad te gaan voor een lange duurloop. Het beloofde een barre tocht te worden, maar gelukkig viel het allemaal mee — op een paar stevige sneeuwbuien na, waarvan er één met flinke wind op kop was.

Ik merkte aan alles (kilometersplits, ademhaling, noem maar op) dat lopen in de sneeuw een stuk zwaarder is dan normaal. Vrijwel zeker door het geforceerde lopen en het hoger optillen van de voeten, maar mogelijk ook deels door de extra kilo’s en het alcoholgebruik rond de jaarwisseling.

Na zo’n 30 kilometer zakte het tempo zelfs iets onder de 6 min/km, iets wat alweer even geleden was. Zoals altijd hadden Jan en ik genoeg om over te praten, en dan vliegen de kilometers voorbij. Ik paste de route zo aan dat ik rond een marathon zou uitkomen; Jan pakte nog wat extra kilometers mee. Zo sloten we opnieuw een mooie, avontuurlijke training af — lopen door een sneeuwlandschap blijft toch iets heel speciaals.

Zondagochtend zag het er behoorlijk ijzelachtig uit, dus besloot ik geen risico te nemen en de loopband op te zoeken. Oortjes in, een podcast van anderhalf uur aan, precies lang genoeg om 15 kilometer toe te voegen aan het weektotaal. Daarmee kwam ik uit op 120 kilometer hardlopen, en inclusief wandelen zo’n 155 kilometer.

Nu dus weer serieus aan de bak. Niet volledig leven als een monnik, maar wel de alcohol laten staan en proberen voldoende rust te pakken, ondanks de drukke periode bij de klant. En misschien nog belangrijker: in de resterende drie weken richting de HoHo100 proberen nog wat kilo’s kwijt te raken, zodat ik die niet 161 kilometer mee hoef te sjouwen.

De focus ligt dus volledig op de komende wedstrijd. Hopelijk blijf ik dit jaar blessurevrij en kan ik ruim boven het aantal gelopen kilometers van vorig jaar uitkomen. Dat jaar bijna de 4000 bereikt, maar de eerste helft van het jaar een aantal weken quasi non actief geweest..

Terugblik 2025 – vooruitblik 2026

Het jaar loopt weer op zijn einde, dus wordt het langzaam tijd om terug te kijken op wat 2025 heeft gebracht.

Het jaar begon ronduit slecht, met flinke rugpijn. Na een aantal behandelingen bij de fysio ging het gelukkig wel iets beter, maar helemaal over was het niet. Daarna kreeg ik ook nog griep, waardoor ik vrijwel de hele maand januari aan het sukkelen was. En alsof dat nog niet genoeg ellende was, sloot ik die maand af met een val op mijn knie, met bandletsel tot gevolg.
Februari was al niet veel beter: de knie verbeterde langzaam, maar ineens had ik ook last van spit.

Niet volledig hersteld, maar toch besloten om op 2 maart te starten op de 65 km van Walcheren. Ik had er twintig minuten langer voor nodig dan het jaar ervoor, maar eindigde toch nog in de eerste helft van het veld. Gezien de omstandigheden was ik daar erg tevreden mee. Bovendien werd ik 1e man 55+, en Jan 1e man 60+.

SONY DSC

Daarna volgde op 13 april de marathon van Enschede. Eigenlijk niet echt voor getraind; het was een beetje een last-minute actie van Jan en mij. Dus al met al was ik blij met mijn tijd van 3:46. Het kan en moet allemaal sneller, maar dan zal ik wel serieuzer moeten trainen én de wedstrijd beter indelen.

Helaas struikelde ik op de maandag na de marathon opnieuw, waarbij mijn knieën weer flink geraakt werden. Een paar weken later kreeg ik ook nog eens veel last van mijn nek en schouders, dus mocht ik opnieuw naar de fysio. Dat had zijn impact op de wedstrijden die volgden:

  • 3 mei – 24 uur van Sittard: DNF na 63 km
  • 24 mei – Sri Chinmoy 100 km: DNF na 60 km

Daarmee sloot ik de eerste helft van het jaar af met flink wat teleurstellingen. Gelukkig kwam er daarna wat verbetering. Hoewel de problemen met rug en nek regelmatig terugkeerden, werd ik fitter en werden de wedstrijden ook weer een stuk leuker.

Op 8 juni liep ik de Linie 1629 Ultra (51 km) in 4:41, goed voor een PR. Ook hier werd ik 1e man 55+. Een hele leuke wedstrijd, die ik – als ik helemaal fit ben – zeker nog een stuk sneller zou moeten kunnen lopen.

Eind juni hebben we weer een flink stuk richting Rome gewandeld en zijn we deze vakantie van Pavia naar Aulla gelopen.
Direct daarna, op 20 juli, stond de 6 uur van Aalter op het programma. Het was die dag erg benauwd en niet alles ging volgens plan, maar uiteindelijk was ik tevreden met 60,275 km. Een leuk evenement met fijne collega-lopers, dus zeker voor herhaling vatbaar.

Daarna weer wandelen, waarbij we de draad in Aulla oppakten en na ongeveer twee weken in Siena aankwamen. Deze vakantie had ik ook mijn loopschoenen meegenomen, want de A-wedstrijd kwam eraan.
Op 13 september liep ik de 100 km van Winschoten. Hoewel het een PR was (10:19:35), haalde ik mijn streeftijd van onder de 10 uur niet. Oorzaak: veel te weinig kilometers kunnen maken in de opbouw door de eerdere problemen. Wel bleek ik 1e man 60+ te zijn (Jan was uitgevallen), wat toch nog een schrale troost was.

Tot dat moment was 2025 vooral een jaar van teleurstellingen: veel blessures, niet ingeloot voor de Spartathlon en geen 100 km onder de 10 uur.

Daarom besloot ik me nog in te schrijven voor de 6 uur Sri Chinmoy, de HoHo100 en de 120 van Texel, om in januari nog een poging te doen een kwalificatie voor Texel te halen.
De volgende ochtend kreeg ik echter bericht van Henri dat ik, ondanks de tegenvallende 100 km, toch mocht starten vanwege het herpakken het laatste deel van die wedstrijd, en de combinatie met de 28u20m-finish op de Ultrabalaton. Dat maakte heel veel goed — daar was ik echt enorm blij mee!

Op 27 september liep ik de Sri Chinmoy 6 uur, waar ik opnieuw een PR liep: 62,031 km. Ik lag lange tijd op de derde plaats overall en was 1e man 60+, maar kreeg in het laatste uur een flinke dip en werd uiteindelijk 2e man 60+. Desondanks erg tevreden.

De Bello Gallico 200 km stond nog op de planning, maar in de laatste weken voor die wedstrijd heb ik besloten niet te starten. Te veel rugklachten en krachtverlies in mijn been; geen goede basis voor een wintertrail van 200 km.

En nu staat 2026 weer voor de deur.
Als eerste staat de HoHo100 op het programma. Het doel is om in ieder geval de 100 mijl te finishen, liefst binnen de 20 uur. Mocht dat lukken, dan hoop ik opnieuw ingeloot te worden voor de Spartathlon — en deze keer ook daadwerkelijk te kunnen starten.

Maar… het hoofddoel blijft een finish op de 120 van Texel binnen de limiet. Verder is het streven vooral: fit blijven en leuke wedstrijden lopen.

We gaan het zien…

Laatste Stand-by dienst voor dit jaar

Deze week weer standby-dienst.
Omdat er inmiddels wat collega’s weg zijn, draait die dienst wat vaker dan me lief is. Het beperkt je behoorlijk, en vooral de onzekerheid tijdens het hardlopen maakt het lastig: elke training kan zomaar onderbroken worden. Dus ook dit weekend aangepast trainen en vooral in de buurt blijven.

Afgelopen week ging het trainen gelukkig prima en zaterdag stond de lange duurloop op het programma. Rustig aan, met als doel minimaal marathonafstand.

Ik ging deze keer niet heel vroeg de deur uit. Maaike was vrij, dus eerst samen ontbeten en daarna nog even gecheckt of alles bij de klant in orde was. Liever proactief oplossen dan later een P1-alert.

Met flinke mist vertrok ik zonder echt plan. Het zouden toch rondjes in de buurt worden, dus veel maakte het niet uit. Ik begon aan het vertrouwde rondje Sprundel en besloot bij de atletiekbaan het simpel te houden: rondjes lopen. Bij een oproep kon ik dan binnen twintig minuten weer achter mijn scherm zitten.

Op de baan is één rondje 400 meter. Elke 2,5 rondjes is een kilometer, elke 5 rondjes twee. Ik had al 8 kilometer gelopen, dus besloot door te gaan tot 34 kilometer en daarna dezelfde weg terug te nemen. Dat betekende 65 rondjes, met als enige afwisseling elke tien rondes van richting wisselen.

Wat me opviel: met de klok mee liep ik telkens sneller dan tegen de klok in, zo’n 5 tot 10 seconden per kilometer verschil. Wind? Vermoeidheid? Of toch gewoon toeval.

De zon probeerde door de mist heen te komen, maar zonder veel succes. Het voelde kil, al stond er weinig wind. Na 65 rondjes verliet ik de baan en liep ik rustig terug naar huis. Geen oproep gehad — dat scheelt.

Zondag liep ik ontspannen uit en ging ik nog even langs ma. Net toen ik koffie had ingeschonken ging de telefoon, dus weer snel terug naar huis.

De standby-dienst loopt tot halverwege tweede kerstdag. Tijdens het kerstdiner kan ik in ieder geval niet meer gestoord worden. Ook dat is wat waard.

50K met Jan

Normaal gesproken zou ik nu ergens in de buurt van Oud-Heverlee aan het rennen zijn. Helaas heb ik er vanwege de problemen in de laatste weken voor de Bello Gallico vanaf moeten zien.
Toch begon het de afgelopen dagen wel weer een beetje te kriebelen. Gelukkig heb ik mijn poot stijf kunnen houden en alsnog afgezien van een start.

Het is nooit fijn om niet aan de start te kunnen staan van een evenement waar je echt naar uitkijkt. Maar de fysieke problemen waren simpelweg te groot om niet serieus te nemen. Ik wil geen herhaling van vorig jaar, toen ik na een mislukte poging nog weken bij de fysio liep met dezelfde soort klachten…

Jan en ik hadden daarom afgesproken dat we het weekend in ieder geval zouden invullen met een flinke duurloop. Omdat ik juist wat meer snelheid moet krijgen, en Jan voor zijn komende doelen rustiger moet lopen, hielden we een tempo aan van ongeveer 5:50 per kilometer. Het netto gemiddelde lag een paar seconden lager, uiteraard dankzij de nodige plaspauzes en het bijvullen van de flesjes.

Gelukkig ging het verrassend goed. Ik had weinig last van mijn rug; alleen het vervelende krachtverlies in mijn linkerbeen blijft lastig. Toch heb ik het idee dat de oefeningen eindelijk hun werk beginnen te doen. Het werd in ieder geval niet erger, en dat is meestal wel anders. Zelfs mijn Garmin merkt dat er iets speelt: de gemiddelde ground contact time balance van afgelopen week lag op 46,8% links en 53,2% rechts. Hopelijk snel weer naar 50/50…

Alles bij elkaar opgeteld ben ik dus erg tevreden. Zoals zo vaak vlogen de kilometers al pratend voorbij. Na vijf uur drukte ik mijn Garmin uit en wenste Jan een prettig weekend — hij moest immers nog een stukje door.

Ik had gehoopt de marathonafstand zonder problemen af te kunnen werken, en dat is ruimschoots gelukt. Met precies 50 kilometer op de teller ben ik erg blij. Hopelijk komt de vorm de komende weken verder terug en nemen de kwaaltjes stap voor stap af.

Blessure update

De kater van de DNS bij de BG is inmiddels grotendeels gezakt, en ik kijk alweer vol focus vooruit naar de eerstvolgende uitdaging: de HoHo100.
Ik heb er ontzettend veel zin in en hoop hiermee het jaar 2026 goed te starten.

De belangrijkste opdracht voor de komende weken wordt: blessurevrij blijven, terwijl de trainingsomvang weer omhoog moet richting — en hopelijk ruim boven — de 100 kilometer per week. Door verschillende oorzaken lukte het de afgelopen weken niet om stabiel boven de 80 kilometer uit te komen.
Zelfs de lange duurloop van deze week moest ik na zo’n 33 kilometer afbreken omdat mijn rug nog altijd opspeelde. Ik wilde niets forceren; beter nu even rustig aan doen, zodat ik daarna weer echt kan gaan opbouwen, dan koppig doorlopen en niet fit aan de start verschijnen.

Dus: voorzichtig uitbreiden, veel oefeningen doen en geduldig blijven. Hopelijk volgt de progressie dan vanzelf weer snel.

Van de Sint kreeg ik nog een nieuwe Nike-hardloopbroek én een vers paar Hoka’s, dus qua demping zit het in ieder geval helemaal goed.
Het belangrijkste blijft de motivatie — en die is gelukkig dik in orde.

Met dit fijne hardloopweer, temperaturen nog steeds in de dubbele cijfers en af en toe wat motregen, is het heerlijk trainen. Op naar een sterke start van 2026!

Geen BG

Gelukkig zit de standby-dienst er weer op. Hopelijk zakken het stressniveau en mijn rusthartslag de komende dagen terug naar normaal.

De interventie bij de klant verliep buitengewoon goed, maar zoals verwacht waren er de nodige ongewenste bijwerkingen. In combinatie met een tiental releases en datacopies — die óók onder de verantwoordelijkheid van de standby-dienst vallen — resulteerde dat in behoorlijk lange dagen.

Toen ik vrijdag eindelijk was verlost van deze taak, voelde ik de energie meteen terugkomen. De zin in de komende uitdaging kwam in één klap weer boven drijven. Ik had alvast wat spullen besteld die bij de verplichte kit horen (life saver bag, ultralichte regenbroek, etc.) en vrijdagavond heb ik mijn rugzak ingepakt zodat ik deze zaterdag kon testen.

Na een goede nachtrust ben ik zaterdag rond acht uur op pad gegaan, gepakt en gekleed zoals op 13 december ook het plan is. De weersomstandigheden waren ideaal, en ik had er enorm veel zin in.

De eerste kilometers voelden echter zwaar. Het gewicht van mijn rugzak — inclusief de poles die ik had meegenomen — was direct merkbaar. Normaal gesproken voel ik mijn racevest nauwelijks wanneer ik alleen mijn telefoon, gels en flesjes bij me heb. Nu voelde ik niet alleen het extra gewicht, maar ook op bepaalde plekken de druk van de rugzak tegen mijn lichaam. Na verloop van tijd wen je daar wel aan, maar rond de tiende kilometer begon ik rugklachten te krijgen.

Bij mij gaat rugpijn vrijwel altijd samen met een doof gevoel en krachtverlies in mijn linkerbeen. Naarmate de kilometers vorderden, werd zowel de pijn als het krachtverlies erger. Dat ging niet de goede kant op. Al snel dacht ik aan de geplande 200 km op 13 december, en de conclusie volgde eigenlijk meteen: niet starten.

De reden? De klachten waren exact hetzelfde als tijdens de vorige Bello Gallico, maar nu kwamen ze veel eerder opzetten. Door de zwaardere bepakking kreeg ik er dit keer al tijdens de training last van — misschien wel een geluk bij een ongeluk. Vorig jaar dacht ik dat de rugklachten (en de daaropvolgende DNF) veroorzaakt werden door de schoenen zonder demping. Nu ben ik er achteraf vrijwel zeker van dat de rugzak de grootste boosdoener was: vooral de drukpunten in mijn onderrug en het extra gewicht lijken de problemen te triggeren.

Ik moet dus op zoek naar een oplossing: eerder trainen met gewicht, extra oefeningen, misschien een andere rugzak. Het voordeel is dat ik nog ruim een jaar heb om dit goed uit te zoeken, want ik wil écht een keer finishen op die inmiddels meerdere keren mislukte Bello Gallico. Ik weet dat ik het kan, want ik heb immers de 211 KM rond het Balaton meer in 28u en 20 minuten kunnen finishen, terwijl daar ook de nodige hoogtemeters te overwinnen waren en de temperaturen vrij hoog waren. De BG mag je finishen in 44u, dus c.a. 16 uur langer en 10KM minder. Maar het moet wel zonder risico op een langdurige blessure….

Voor nu kijk ik enigszins opgelucht vooruit naar de volgende uitdagingen. Opgelucht, omdat ik al langer twijfelde of starten in december wel verstandig was zonder mijn andere doelen in gevaar te brengen. De 120 van Texel blijft mijn absolute A-wedstrijd, en ook de HoHo100 moet ik zonder problemen door zien te komen om opnieuw een kwalificatie voor de Spartathlon binnen te halen.

Eerst maar eens 100% fit worden en van die vervelende rugklachten afkomen.

Werkweekend + standby dienst

Zoals verwacht zijn het meteen weer drukke dagen na de vakantie. Zowel de voorbereidingen op de release als het werkweekend zelf hebben vrijwel al mijn vrije tijd opgeslokt. In de nacht van vrijdag op zaterdag stond ik bovendien vier keer naast mijn bed voor een P1-melding, na al een lange werkdag achter de rug te hebben gehad.

Gelukkig kon ik die vrijdag wel iets later beginnen, waardoor er in de ochtend nog ruimte was voor een lange duurloop. De rest van het weekend was volledig gevuld, en de komende dagen beloven niet veel rustiger te worden, zeker niet in combinatie met de standby-dienst.

Het grootste deel van de werkzaamheden is inmiddels afgerond en de meeste tests zijn goed verlopen. Dat geeft even wat lucht om mijn blog bij te werken.

De training van vrijdag was in ieder geval een positieve uitzondering: perfecte omstandigheden. Omdat ik wist dat het weekend zwaar zou worden, heb ik bewust niet voor een volledige marathon gekozen. De bedoeling was 35 km, maar door een telefoontje werd het uiteindelijk 31 km. De laatste echt lange duurloop zal dus waarschijnlijk ergens volgende week plaatsvinden.

Ondertussen ben ik begonnen met de voorbereidingen voor de Bello Gallico. Er zijn enkele wijzigingen ten opzichte van voorgaande jaren, zoals de vernieuwde lijst met verplichte items. Ook worden de dropbags dit keer verdeeld over drie verschillende locaties. Daarnaast is de afstand met veertig kilometer verlengd, wat een duidelijke extra uitdaging vormt.

Met minder dan twintig dagen te gaan merk ik dat ik nog niet sta te springen met het vooruitzicht om tweehonderd kilometer door de kou te lopen. Waarschijnlijk komt dat doordat de aandacht de afgelopen tijd vooral uitging naar werk, verplichtingen en de vakantie. Eerst deze standby-week afronden, en dan hoop ik dat de motivatie en het juiste gevoel weer terugkeren.

Herfst Vakantie

Afgelopen week had ik vakantie, en dat kwam precies op het juiste moment. Op vrijdag ben ik samen met de jongens een weekendje naar Tallinn (Estland) geweest. Een prachtige stad met een fijne sfeer, en het is ons ontzettend goed bevallen. Vorig jaar liepen we samen de marathon van Athene, en sindsdien hebben we het plan opgevat om elk jaar een “mannenweekend” te organiseren. Het lijkt erop dat dit een mooie traditie gaat worden.

Na Tallinn vertrok ik op maandag samen met Maaike naar Terschelling. Ondanks de matige weersvoorspellingen hadden we uiteindelijk vooral droog weer, en af en toe liet de zon zich zelfs zien. We hebben het eiland zowel op de fiets als wandelend verkend, en het blijft bijzonder hoeveel rust en ruimte je daar vindt. Nadat we Terschelling weer verlieten, zijn we nog een paar dagen neergestreken in Tzummarum (Friesland), waar we ook heerlijk hebben gewandeld.

Qua training stond alles deze week op een laag pitje. Toch heb ik in Tallinn, op Terschelling én in Friesland mijn loopschoenen aangetrokken om hardlopend de omgeving te verkennen. Geen lange duurlopen deze keer, maar wel veel gewandeld en gefietst — en dat telt ook mee. Voor een ultraloper zijn dat toch de kilometers die je lijf blijft opstapelen, zelfs als de hartslag wat lager blijft.

Helaas zit de vakantie er alweer op, en komen er drukke werkweken aan. Eind deze week begint mijn standby-dienst en in het weekend staat een belangrijke datacenterverhuizing op de planning. Dat betekent waarschijnlijk weinig slaap, de nodige stress en geen ruimte voor heel veel kilometers.

Daarna gaat de focus volledig op de eerstvolgende wedstrijd. Ik weet nu al dat dit er eentje wordt die ik vooral mentaal moet zien te volbrengen. Fysiek ben ik nog niet waar ik wil zijn, dus tijden tellen dit keer niet. Het belangrijkste doel is om onderweg het hoofd koel te houden en vooral halverwege niet toe te geven aan de verleiding om uit te stappen. Het weer en eventuele lichamelijke kwaaltjes zullen daar natuurlijk ook een rol in spelen — maar dat hoort erbij.

Hopelijk lukt het me in het komende weekend nog om een lange duurloop in te passen, gewoon om het vertrouwen een kleine boost te geven. We gaan het zien. Ultralopen blijft tenslotte een spel van plannen, aanpassen en doorzetten.

Herstel

Na de marathon van vorige week heb ik even wat extra rust genomen, en daarom afgelopen week niet veel kilometers gemaakt.
De trainingen stem ik ondertussen alweer een beetje af op de eerstvolgende wedstrijd. Deze week ben ik al een paar keer de zachte ondergrond van de Rucphense bossen op gaan zoeken.
Deze tijd van het jaar is het daar echt geweldig om te lopen — het bos ruikt fris, de kleuren zijn prachtig, en het is heerlijk rustig (meestal dan…).

Helaas lopen er nog vaak honden los, waardoor je soms flink kunt schrikken. Het is geen prettig gevoel als er ineens een hond op je af komt gerend en je hoopt dat hij niets doet.
Op de website van de gemeente staat nochtans duidelijk aangegeven dat dit niet mag:
Gemeente Rucphen – Honden hebben en uitlaten

Loslopen of aan de lijn
In de gemeente geldt een aanlijngebod. Dat betekent dat u uw hond alleen aan de riem mag uitlaten.
Buiten de bebouwde kom mag de hond wel loslopen, maar in de Rucphense bossen niet.

Daarnaast zijn er steeds vaker fatbikers en (elektrische) mountainbikers die buiten de MTB-route de wandelpaden opzoeken. Jammer, want dat maakt het soms onveilig voor wandelaars en hardlopers. Hopelijk wordt daar in de toekomst wat beter op gehandhaafd.

Afgelopen weekend heb ik gelukkig wel weer wat mooie kilometers kunnen maken — zowel hardlopend als wandelend.
Zaterdagochtend liep ik eerst 16 km door de regen, en daarna ben ik met Jan, Marian en Maaike gaan happen en stappen aan de kust.
Zondag stond er eigenlijk een duurloop van 30 km op het programma, maar na een struikeling besloot ik het bij 20 km te laten. Gelukkig had ik later die dag nergens meer last van, dus de schade lijkt mee te vallen.

Ook de komende week houd ik het trainen nog even op een laag pitje. Hopelijk kan ik daarna weer een lange training van ongeveer 50 km afwerken.

De Wase Ultra – soms is een marathon ver genoeg

De voorbereidingen voor de Wase Ultra waren, laten we zeggen, niet bepaald ideaal.
Na twee wedstrijden had ik even wat gas teruggenomen, daarna een marathon gelopen, en toen moest het alweer rustig aan — want deze ultra kwam eraan. Alsof dat nog niet genoeg was, kwamen daar een paar drukke werkweken bovenop, en kreeg ik deze week ook nog een griep én de pneumokokkenprik. Niet bepaald het recept voor een topvorm.

Toch had ik er zin in. Veel zin zelfs. De Wase Ultra klonk als een prachtig avontuur: een mix van verhard en onverhard, en bovendien weer eens een ultra in België. Dat kon ik niet laten schieten.

Zaterdag alles klaargezet: schoenen, gels, tas, kleding — het bekende pre-race ritueel.
Zondagochtend vroeg eruit, want Maaike moest ook gaan werken..
Ik zat aan mijn bord havermout toen de telefoon ging. Jan. Helaas ziek geworden, dus ik moest alleen op pad..

Heel even twijfelde ik. Zou ik niet gewoon een lange duurloop in de buurt doen? Maar deze wedstrijd leek me te mooi om zomaar op te geven. Dus stapte ik in de auto, richting Sinaai.

Zoals altijd was ik ruim op tijd. Het was koud, dus ik besloot vlak voor de start nog even naar binnen te gaan om wat op te warmen. Daar kwam ik Leonie nog tegen — even gezellig gekletst — maar verder geen bekende gezichten. Om negen uur klonk het startschot. De eerste meters voelden stroef, maar dat zal de leeftijd zijn gok ik. Al snel kreeg ik het warm, en vond ik mijn ritme.

De eerste kilometers waren verhard, en ik had de gok genomen om mijn nieuwe Hoka’s aan te trekken. Dat voelde wat vreemd, maar de kilometertijden zagen er goed uit.
Na een paar kilometer begon de pijn echter op te spelen: een zeurende, drukkende pijn van mijn blaas tot aan mijn ribben. Geen echte krampen, maar wel erg ongemakkelijk. En natuurlijk — toen het écht dringend werd, was er nergens bos te bekennen.
Een eindeloos stuk langs het water, een open veld, een dijk, bebouwde kom… alles behalve dekking.

Toen ik eindelijk een geschikte plek vond, was de opluchting groot. Daarna ging het iets beter, al bleef de pijn met vlagen terugkomen. Ik durfde geen koud water meer te drinken en nam pas bij 20 kilometer mijn eerste gel. Daarna nog twee keer de bosjes in, maar mijn buik bleef protesteren. Zelf het startnummer tegen mijn buik deed pijn, dus op een gegeven moment dat maat aan de achterkant gehangen. Wat het leed wel wat verzachtte, was het parcours zelf. Afwisselend, goed georganiseerd, en om de zes kilometer een verzorgingspost. Soms mooie single tracks, af en toe wat modder, en een stevige wind — van voren én van achteren. Dit was echt een leuke route.

Halverwege kwamen de lopers van de 10 EM en de halve marathon erbij. Op de smallere stukken was dat soms wat frustrerend — je kunt niet inhalen, je ritme breekt. Maar er zat ook een voordeel aan: je kon je weer opladen, en het gaf dan weer wat nieuwe energie en afleiding.

Al vrij snel wist ik dat de hele ultra er vandaag niet in zou zitten. Mijn lijf gaf duidelijke signalen: “Vandaag even niet.” Dus bij de marathonafstand vond ik het mooi geweest. Ik leverde mijn nummer in, dronk een paar bekers chocomel, trok een droog shirt aan en stapte de auto in, terug op weg naar huis.

Soms moet je accepteren op zo’n dag dat het lichaam z’n grenzen aangeeft, dat stoppen de beste optie is. Dus… ik moet nog een keer terug voor de échte ultra — maar dan fit, en samen met Jan. Want het is echt een mooie en perfect georganiseerde wedstrijd!

HERFST

Het is weer die periode van het jaar waarin ik letterlijk takkenwerk doe — want er moet weer gesnoeid worden. Gelukkig heb ik er geen hekel aan; ik zie het zelfs een beetje als extra training voor het bovenlichaam. Dus nadat de dakbomen klaar waren, heb ik gelijk nog een paar flinke andere bomen meegepakt.

Toen de overgebleven wortels aan de beurt waren, ging het echter even mis: er viel een stuk op mijn grote teen. En ja, precies dezelfde teen die ik een paar jaar geleden brak. Even dacht ik: daar gaan we weer…
Gelukkig viel het mee, en was de meeste pijn alweer verdwenen na de duurloop van woensdagavond.

Verder vind ik de herfst de mooiste periode van het jaar om te sporten.
De lucht is frisser, de kleuren intenser, geen last meer van insecten, en de temperaturen zijn perfect. Vandaag besloot ik om weer de Pannehoef op te zoeken voor een niet al te lange duurloop, want volgende week heb ik een wedstrijd.
Het was heerlijk rustig in het bos; op één dame met een hond en een gravelbiker na had ik het hele bos voor mezelf.
Geen reeën gespot deze keer.

Ook komende week doe ik het even wat rustiger aan, want zondag ga ik samen met Jan op pad voor een 58 km lange ultra.
De start is om 9 uur in Sinaai — ik ben benieuwd hoe het zal gaan…

Het is bovendien minder dan twee maanden tot de Bello Gallico, en ik ben al een tijdje aan het nadenken over wat ik ga doen.
Eigenlijk ben ik er nu wel uit: het ziet ernaar uit dat ik in ieder geval ga starten, met uiteraard als doel een finish op de 200 km.
Mocht er iets misgaan, dan kan ik altijd eerder stoppen — zelfs een 100K zou goed passen in de voorbereiding op de HoHo100, ruim een maand later.

Wat ga ik anders doen dan bij eerdere pogingen?

  • Ik ga op schoenen lopen met goede grip én voldoende demping.
  • Ik ga bij iedere post even stoppen en eten wat er wordt aangeboden.
  • Ik ga vanaf nu meer onverhard trainen.
  • Ik probeer sowieso een paar kilo lichter aan de start te staan dan bij vorige edities.
    Uiteraard wordt de voeding ook deze keer weer aangevuld met Maurten-gels.

Ik heb een heel aantal trailschoenen naast elkaar gelegd en kwam uiteindelijk uit bij de La Sportiva Prodigio Pro en de Hoka Speedgoat 6 als mijn favorieten.
Beide voldeden aan het profiel dat ik voor ogen had, waarbij vooral grip en demping de belangrijkste eigenschappen moesten zijn.
Uiteindelijk is het de Hoka Speedgoat 6 geworden.

De Speedgoat 6 presteert volgens verschillende tests het best als je:

  • veel kilometers maakt en protectie + grip belangrijk zijn;
  • heel lange ultra’s loopt waarbij comfort en demping vooropstaan;
  • geen ultra-lichtgewicht nodig hebt en je voeten goed passen in een wat smallere voorvoet;
  • houdt van een veilig, stabiel platform met maximale grip en een vertrouwd gevoel.

En niet onbelangrijk: hij was ook nog eens 50 euro goedkoper.

Nog een wedstrijd in de herfst

Jan stuurde me laatst een link door van een mooie wedstrijd in het laatste weekend van oktober: https://dewasemarathon.run/

Ik was al een tijdje aan het nadenken over de herfstmarathon van Etten-Leur, maar deze leek me eigenlijk nóg leuker.
Het ging om de Wase Marathon, en ze organiseren daar ook een ultraloop van 58 kilometer.
De route loopt grotendeels door de polders en bossen rond Sint-Gillis-Waas, met genoeg afwisseling tussen verharde en onverharde stukken.
Dat klinkt als een perfecte mix van uitdaging en genieten.

Eerst even gekeken of het uitkwam met mijn werk.
Nadat ik mijn wachtdienst met een collega had geruild, heb ik Jan meteen laten weten dat we ons konden inschrijven.
Net op tijd, bleek later, want diezelfde dag nog was de wedstrijd uitverkocht.
Vrij populair dus – al zijn 600 deelnemers verdeeld over vier afstanden natuurlijk niet heel veel.

Ik twijfel nog een beetje of ik ga starten in December op de Bello Gallico. Voorlopig ziet het ernaar uit dat ik een poging ga doen.
Uitschrijven kan altijd nog; ik kijk gewoon even hoe ik me een paar weken van tevoren voel.
En mocht het niet lukken, dan probeer ik mijn startbewijs nog kwijt te raken.
Belangrijker is natuurlijk een goed resultaat op de HoHo100!

Vanochtend kon ik weer lekker op tijd op pad voor een duurloop.
Deze keer zonder plan — gewoon lopen. Ik had de hele ochtend, want Maaike moest vroeg weg om te werken.
Dus: rugzakje gepakt, een paar gelletjes mee, verlichting aan (het was nog flink donker buiten) en naar buiten.

De eerste kilometers gingen wat stroef, al bleef mijn hartslag opvallend laag.
Daarna kwam ik lekker in mijn ritme, en de kilometertijden werden steeds beter.
Ik besloot om door te gaan tot de marathonafstand.

Geen flesjes bijgevuld deze keer, en na iets minder dan vier uur stond ik weer thuis op de stoep.
Het voelde verrassend goed, en het tweede deel liep ik zelfs een stuk sneller dan het eerste — altijd een fijn gevoel.

Herstellen

De 6 uur waren wat harder aangekomen dan verwacht, dus zondag en maandag besloot ik om te rusten. Deze keer waren vooral mijn bovenbenen gevoelig, maar het leek me sowieso verstandig om rustig aan te doen na twee pittige wedstrijden in de afgelopen vier weken.

Nog een foto van de 6 uur vorige week

Dinsdag heb ik heel voorzichtig de draad weer opgepakt, en woensdag ging ik samen met Jan op pad. Uiteraard ging het gesprek al snel over zijn avontuur in Athene.
In eerste instantie had Jan zijn buik nog vol van de Spartathlon na de DNF, maar een paar dagen later was hij alweer bijgedraaid.
Nu wil hij er alles aan doen om zich volgend jaar opnieuw te kwalificeren — en natuurlijk om ook te finishen!
Mooi, want dat betekent dat ik zelf ook weer een poging ga doen om ingeloot te worden.
Hoe geweldig zou het zijn als we deze keer samen aan de start staan?

De route naar de Spartathlon
Voor mij liggen er nog wel wat hobbels op de weg:
-Blessurevrij blijven
-Een nieuwe kwalificatie behalen
-Goedkeuring krijgen van Maaike
-Ingeloot worden
-En daarna natuurlijk:heel veel trainen en blessurevrij blijven tot aan de wedstrijd

De kwalificatie is elk jaar weer een uitdaging. Voor 2025 moest het resultaat vóór 25 februari behaald zijn, dus dat betekent dat Texel helaas afvalt als optie, want die valt later…

Er blijven dus twee min of meer realistische alternatieven over:
Bello Gallico (200 km binnen 29 uur) in België – een prachtige maar zware wintertrail.
HoHo100 (100 mijl binnen 21 uur) – een snelle maar niet te onderschatten race in Nederland.

De kwalificatie bij de Bello Gallico zal vrijwel onhaalbaar voor mij zijn, dus de focus komt te liggen op de HoHo100. Die biedt de beste kans om nog voor februari een kwalificatieresultaat neer te zetten.

Voor nu staat dus herstellen, slim trainen en blessurevrij blijven bovenaan.
Zowel Texel als de Spartathlon zijn nog erg ver weg, maar de voorbereidingen zijn begonnen…ik heb er zin in!

Vandaag rustig een lange duurloop gedaan, en ondanks de harde wind en regen van genoten!

Sri Chinmoy 6-uursloop

Op zaterdag 27 september 2025 vond voor de 19e keer de Sri Chinmoy 6-uursloop plaats in het Amsterdamse Bos. Zoals op de website vermeld: Een prachtig parcours, een gezellige sfeer en een uitgekiende organisatie maken dit tot één van de leukste ultra’s van het jaar. En die laatste zin klopt helemaal!

Voor de derde keer deed ik mee aan een evenement van het Sri Chinmoy Marathon Team, en het blijft een heel gezellig gebeuren met fantastische vrijwilligers.

Qua prestaties heb ik minder goede herinneringen aan eerdere edities: in 2024 liep ik tijdens de 100 km een zweepslag op, en in 2025 moest ik opnieuw uitstappen. Daarom deze keer de keuze voor een 6-uursloop: als je start, heb je altijd een finish. 🙂

Voordat ik vertrok, checkte ik eerst hoe het met Jan ging, want hij was van start gegaan op de Spartathlon. Daarna reed ik rustig richting het Amsterdamse Bos. Rond 9.15 uur vond ik zonder veel oponthoud een parkeerplek. Er waren weer flink wat nieuwe gezichten, waaronder een man van ruim 80 die een poging deed om een Nederlands record te lopen.

Om 10 uur mochten we van start. Mijn plan was om, net als in Winschoten, kilometers van rond de 5:30 te lopen. Direct na de start bleek ik op de derde positie overall te liggen. Vandaag waren de toppers duidelijk niet aanwezig: een groot deel zat in Griekenland bij de Spartathlon, en er was ook nog het NK Trail 50 km. Dat zal zeker invloed hebben gehad op het deelnemersveld.

Na een paar rondes lag ik zelfs even tweede. Overmoedig als ik was, besloot ik nog iets te versnellen. Niet veel later zakte ik terug naar de derde plaats, waar ik vervolgens lange tijd bleef hangen. Het leuke is dat je dan vooral anderen inhaalt, en af en toe de nummers één en twee voorbij ziet komen.

Rond 43 km moest ik dringend de Dixie in, want de Cola die ik een ronde eerder voor het eerst had geprobeerd, viel niet zo goed. Dat kostte me een paar minuten, maar ik lag nog steeds derde. Na de marathonafstand ging mijn tempo echter flink omlaag. De fut was eruit, en ik wist dat ik vroeg of laat ingehaald zou worden. Dat gebeurde rond 53 km: na een stukje wandelen kwam Jelle voorbij. Hij stelde voor om samen het laatste uur te lopen, maar ik zei dat hij beter zijn eigen tempo kon vasthouden, omdat het voor mij een zwaar stuk zou worden.

Het laatste uur ging ik rustig door. Hoewel mijn gemiddelde tempo hard omlaag ging, zag ik dat er met wat geluk nog een PR in zat. Bij het ingaan van de laatste ronde kregen we een stokje, en ik wist er nog een paar snellere kilometers uit te persen. Ik kreeg Jelle in het vizier, en toen ik hem tot op 200 meter was genaderd, klonk het fluitje: de zes uur zaten erop. Het stokje mochten we achterlaten, zodat de organisatie de precieze afstand kon opmeten.

En zo eindigde ik vierde overall, tweede bij de mannen 60, en met een PR van 62,031 km. Heel erg blij met deze uitslag!

Gisterenavond zag ik dat er een DNF bij Jan staat 🙁 Ook bij veel andere Nederlandse toppers.

nieuwe doelen, nieuwe kansen

Na de finish in Winschoten had ik me er eigenlijk al bij neergelegd: de kwalificatie voor de 120 km lag te ver buiten mijn bereik. Ik zou me gaan richten op andere mooie wedstrijden, en in Texel proberen een snelle 60 km neer te zetten.

Maar toch… diep vanbinnen bleef het knagen. Het idee dat het misschien tóch mogelijk was, liet me na zaterdagavond niet los. Toen ik de dagen erna alles nog eens rustig op een rijtje zette, besefte ik dat een betere voorbereiding en een slim voedingsplan een 100 km ruim onder de 10 uur haalbaar maken.

Dus vroeg ik Maaike om haar zegen, en nog diezelfde dinsdagavond klikte ik mezelf opnieuw in: ingeschreven voor de 120 van Texel en de HoHo100 (100 mijl). Die laatste vooral omdat ik daar een nieuwe officiële poging wilde wagen. Het plan is simpel maar ambitieus: eerst onder de 10 uur duiken op de 100 km (kwalificatie voor de Texel 120), en daarna een 100 mijl binnen 21 uur lopen (een nieuwe kwalificatie voor de Spartathlon omdat ik in 2024 na inloten geblesseerd werd, en ik dit jaar buiten de loting viel).

En omdat ik toch bezig was, zette ik ook meteen de Sri Chinmoy 6 uur op zaterdag 27 september a.s. in de agenda. Een mooie kans om te kijken of ik nog eens een goed resultaat in de categorie Mannen 60 Plus kan neerzetten. De kalender was weer lekker gevuld.

Daarna gingen we met het hele gezin naar het Zusje om Levi’s verjaardag te vieren. Een ontspannen avond, maar de volgende ochtend kwam pas de echte verrassing. In mijn inbox lag een prachtige mail van Henri. Hij had mijn wedstrijd geanalyseerd en schreef me het nieuws waar ik al jaren op hoopte:

“Voor mij is de combinatie van je finish in de Ultrabalaton en deze 100 km, plus je herstel na 85 km, aanleiding om je een wildcard te geven. Daarbij is het een voordeel dat je vorig jaar de 60 km al hebt gelopen.”

Ik las de regels twee keer. Een wildcard. Voor de 120 km van Texel. Voor míj.

Henri wees me ook op een belangrijke parcourswijziging: meer onverhard, een extra kilometer strand, en dus nóg meer uitdaging. Op de 120 km betekent dat twee keer een stevige portie duinen en zand: in totaal 45 km onverhard, inclusief vier strandpassages van 6 km. De eerste en laatste 32 km zijn dan wel verhard, maar het stuk langs de Waddenzeekust staat bekend als mentaal slopend. Kortom: een parcours dat je niets cadeau geeft. Alles moet kloppen, en ik moet hopen dat op die dag alles meevalt.

Mijn jaar kan nu al niet meer stuk. Een start op de 120 van Texel is een doel waar ik sinds 2017 van droom. Toen begeleidde ik Jan op deze afstand en had ik diep respect voor alle lopers die zich hieraan waagden. Voor mezelf leek het toen een onbereikbare droom. Na mijn finish op de Ultrabalaton in 28u20 en een kwalificatie voor de Spartathlon waagde ik in 2023 voorzichtig een poging om een wildcard te krijgen. Maar ik schoot tekort, en ook de pogingen daarna gingen niet vanzelf. Blessures volgden elkaar op en te vaak eindigde het in een DNF. Elke poging om een goede kwalificatie neer te zetten liep uit op teleurstelling.

Maar nu is het anders. Nu ligt er een startbewijs.

En met dat besef is ook mijn motivatie gegroeid. Alles op alles zetten voor de komende doelen, hard trainen, genieten van de wedstrijden. Volgende week de 6 uur, hopelijk voldoende hersteld van de 100 km. En daarna ga ik Jan volgen via de website van de Spartathlon, want hij gaat de ultieme ultraloop lopen: 246 km van Athene naar Sparta!

Winschoten 100KM – 2025

Vrijdagmiddag gingen Marian, Jan, Maaike en ik opnieuw op weg naar Winschoten voor de 100KM. Vier jaar geleden liep ik daar mijn allereerste 100KM ultra op de weg, en ik was toen dolblij dat ik onder de elf uur finishte. Jan haalde destijds een podiumplek in de categorie 50+, met een geweldige tijd.

Dit keer lagen de ambities anders. Voor mij lag de lat een stuk hoger, terwijl Jan het juist rustig aan wilde doen: zijn belangrijkste doel was de wedstrijd gebruiken als training en vooral blessurevrij blijven want de Spartathlon komt er aan.

We verbleven in hetzelfde hotel als toen, al was er nu een andere eigenaar, ander personeel en een nieuwe menukaart. Dat laatste was een tegenvaller – geen pastamaaltijd te vinden – maar gelukkig was de kok uitstekend. Minder gunstig was de ontbijttijd: pas vanaf 7.45 uur. Na een slechte nacht begon de dag met de auto verzetten, onze gels inleveren bij de sporthal zodat die verdeeld konden worden over de bevoorradingsposten, en daarna ontbijten. Vervolgens terug naar de sporthal voor de verplichte briefing van de NK-deelnemers, waar Jan bij hoorde. Nog even wat bekenden gesproken en toen richting het startvak.

Om 9.00 uur precies klonk het startschot. De eerste ronde bracht veel herinneringen terug van vier jaar geleden. Het was nog rustig op het parcours, maar gedurende de dag werden de straten steeds feestelijker versierd door de inwoners van Winschoten, die streden om de straatprijs. Het weer was goed, al stond er op sommige stukken een stevige wind. Bij 2KM zag ik dat ik een tempo van zo’n 5:28 min/km liep, en dat tempo wist ik tot ongeveer 45KM vast te houden. Dat is eigenlijk wat snel voor een ultra, maar het voelde prima – tot halverwege…

Bij 50KM sloeg de man met de hamer toe. Waar het eerder soepel ging, voelde elke kilometer ineens zwaar. Met moeite hield ik 6:00 min/km vast, versnellen lukte niet meer en ik merkte dat ik slap werd. Achteraf vermoed ik dat één gel per 10KM te weinig was; vanaf dat moment besloot ik er bij elke drie posten eentje te nemen, dus elke 7,5KM.

Op 60KM stond de klok op 5:44:09 – nog steeds een schema voor onder de tien uur. Maar door het lagere tempo, een paar toiletstops en soms stukjes wandelen, verdampte mijn marge snel. Bij 80KM had ik nog precies twee uur over. De gedachte om uit te stappen speelde op, maar ik wist die 30KM voor de finish te weerstaan. Toen ik besefte dat een sub-10 er niet meer in zat en de regen begon neer te komen, werd het opnieuw een mentale strijd. Ik wandelde een stuk, begon weer voorzichtig te dribbelen, en zo ging het verder.

Na het geluid van de bel de laatste ronde in. Ik had gehoopt, net als vier jaar geleden, de laatste 10KM nog iets te versnellen, maar dat zat er niet in. Toch lukte het me wél om de laatste kilometer nog in 5:44 te lopen – het zat dus vooral mentaal. Jammer dat ik tekortgeschoten ben ten opzichte van mijn doel, maar de finish voelde alsnog als een overwinning.

Daar hoorde ik dat Jan verstandig was uitgestapt om een blessure te voorkomen. Bleek achteraf dat als hij wél had gefinisht, we samen nummer 1 en 2 waren geworden in de categorie 60+.

Nu was ik dus nummer 1 geworden zag ik de andere ochtend, en dat kwam uiteraard totaal als een verassing. En achteraf was ik ook wel blij met een nieuw PR, want toch zo’n 37 minuten sneller en inmiddels 4 jaar ouder.

Ik weet dat er veel meer in zit, maar het komt er helaas (nog) niet uit. Nog even terug gezocht, en de laatste 100KM was in 2023 (Grizzly), en eigenlijk vanaf die tijd problemen gehad. Eindelijk dus weer een echte 100K ultra gefinished,….

Weer een top weekend gehad samen met Jan, Marian en Maaike!!

Ga ik nog een poging doen om me te kwalificeren voor de 120 van Texel? Ik denk dat ik een 100K binnen 10 uur kan lopen, dus wil wel een nieuwe poging wagen. Dat zal de hoho100 worden denk ik…..

Nog 1 week voor Winschoten

Afgelopen twee weken weer genoten van de vakantie. Deze keer weer 10 etappes verder gekomen op de via Francigena, en met nog 278KM te gaan zou het volgend jaar moeten lukken om Rome te bereiken.

De eerste week was de totale afstand Afstand(wandelen + hardlopen):226.18 km, waarvan 48,5KM hardgelopen verdeeld over 4 trainingen.

De tweede week was de totale afstand 149.53 km, waarvan 51.59 km hardgelopen verdeeld over 4 trainingen.

Dus het originele plan (onder) redelijk aangehouden. De 70KM op 9 augustus werden er 55, maar de andere lange duurlopen waren daarna 50KM of meer. Ook de trainingen tijdens mijn vakantie waren 4 maal in plaats van twee maal per week, dus ik denk dat in combinatie met de vele wandelkilometers een goede basis is gelegd voor het duurvermogen voor de 100KM a.s. weekend.

Vandaag (zondag) een rustdag en dan a.s. week nog wat rustige kilometers.

Ook het gewicht is ondanks de vakantie nog wat verder afgenomen. Het vele wandelen heeft wat vet verbrand (de meeste dagen kwam het totaal wandelen soms met hardlopen in de buurt van de 40KM), en deze vakantie het alcohol gebruik beperkt tot enkele glazen wijn.

Dus alles ziet er goed uit, maar ik vrees dat ik door de blessure-historie van dit jaar toch te weinig duurvermogen opgebouwd heb om een snelheid voor onder de 10 uur aan te kunnen houden.

Het weer lijkt in ieder geval gunstig uit te vallen, en ik heb er heel veel zin in, en dat is mogelijk nog wel de belangrijkste factor. Weer een keer samen met Jan aan de start, want dat is weer April geleden, en deze keer zijn de vrouwen er bij dus helemaal leuk!!