Vrij laat pas definitief de knoop doorgehakt, maar donderdagavond toch maar besloten om de organisatie een mailtje te sturen dat ik niet zou starten op de 6 uur. Geen leuke beslissing, maar wel een verstandige, aangezien ik duidelijk tekortkwam voor een goede prestatie.
Eerst had ik nog het plan om er een goede training van te maken, maar om daar nou anderhalf uur heen en anderhalf uur terug voor in de auto te gaan zitten, vond ik ook geen idee. En dan vrijwel zeker een teleurstellend resultaat neerzetten, is ook niet leuk. Dus mailen en klaar, en weer vooruitkijken.
Met drie wedstrijden waarop ik moest opgeven en drie wedstrijden waaraan ik niet gestart ben, kan ik wel concluderen dat 2026 op sportief vlak tot nu toe een rampjaar was.
Met nog twee maanden te gaan vraag ik me af of ik nog een wedstrijd moet uitzoeken, of dat ik gewoon al mijn pijlen ga richten op de HoHo100 in februari 2027. Twee opties zouden kunnen zijn:
- 29 november: Spijkenisse Marathon
- 19 december: Meerdaalwoud Trail, 50 km (Bierbeek)
Maar ik twijfel nog of ik dan wel voldoende fit zal zijn. Ik zal eens met Jan checken of hij ambities heeft.
Vandaag was in ieder geval vrij duidelijk dat het besluit om niet te starten de juiste keuze was.
Na een goede nachtrust ben ik wel op tijd uit bed gegaan. Nadat ik rond 6.45 uur Maaike had uitgezwaaid en nog iets voor de klant had afgewerkt, ging ik rond half acht de deur uit. Met Maaike had ik afgesproken dat ik om 12.00 uur klaar zou staan, zodat we zodra ze thuiskwam van haar werk direct door konden naar Randy, Lisa en Loek. Dus genoeg tijd om een marathon te lopen en daarna snel te douchen.
Mijn hoofdlampje weer opgezocht, handschoenen en regenjasje aan, en op weg. Niet de bossen in, omdat het daar waarschijnlijk vol zou liggen met takken van de storm van gisteren. Bovendien had ik ook geen zin in natte voeten.
Al snel moest ik stoppen voor een sanitaire stop. Dat herhaalde zich nog twee keer voordat ik in Zundert was. Daarna liep het wat beter, maar mijn hartslag zat erg hoog bij een laag tempo. Pas na ongeveer anderhalf uur kwam ik een beetje in mijn ritme, maar over het algemeen voelde het zwaar aan.
Eigenlijk had ik spijt dat ik niet in Zundert was omgedraaid, want precies halverwege Zundert en Rijsbergen is de weg terug net zo ver als de kortste weg om door te lopen. De marathonafstand zag ik al helemaal niet meer zitten, dus heb ik heel langzaam de tweede helft uitgehobbeld. Na iets meer dan drie uur was ik weer thuis.
Het voordeel was natuurlijk wel dat ik wat langer in bad kon blijven liggen.
Voorlopig dus maar weer wat meer kilometers maken en dan hopelijk weer eens wat wedstrijdjes doen, zodat het vertrouwen weer wat terugkomt.